Column
Luc Tacks omgekeerde wereld
1 juli 2011
Van verbazing krabde ik me achter de oren toen ik een maand geleden de tekst van het interview met Picanol-CEO Luc Tack voor mijn neus kreeg (Mechatronica Magazine 4, 2011). De topman van de Belgische weefgetouwengigant wil zijn bedrijf crisisbestendig maken door te focussen op nevenactiviteiten. Proferro (gieterij) wil hij nieuw leven inblazen, dochter Melotte (precisieonderdelen) blijft hij koesteren en besturingsspecialist Psicontrol Mechatronics mag uitgroeien tot een ‘Siemens van de middelgrote series’.
Zo’n beetje iedere lezer uit de Zuid-Nederlandse hightech moet hebben gedacht: Tack zet de wereld op zijn kop. Want in Nederland - maar ook in België - gebeurde de afgelopen decennia precies het omgekeerde. Hoogtechnologische OEM-bedrijven reageerden op crises door te focussen op kerntechnologie en markt. Alle werk dat de aandacht zou kunnen afleiden van de sleutelgebieden ging de deur uit.
Dat laat niet weg dat Luc Tack met Picanol in de afgelopen jaren een intrigerende geschiedenis beleefde. De textielbaron met weverijen als Ter Molst en Oostrotex raakte in 2005 als kleine aandeelhouder nauwer bij het bedrijf betrokken. ‘Picanol heeft gewoon de beste technologie ter wereld voor weefmachines’, zei hij in Mechatronica Magazine. ‘Dat kan ik weten, omdat ik in mijn carričre al zeer veel met Picanol-machines heb gewerkt. Aan het eind van de rit telt voor een textielfabrikant de cost of ownership. Ik weet uit ervaring dat je met de Picanol-technologie het verst komt.’
In 2009 trad Tack op als reddende engel. Hij bracht rust in het bedrijf door de ruziënde familiale aandeelhouders uit te kopen. Hij verwierf in stilte 90 procent van de Picanol-aandelen, trok in 2009 de CEO-rol naar zich toe en haalde het jarenlang kwakkelende bedrijf uit een diep dal. Na dat succes trad Luc Tack wat meer naar buiten. Hij nodigde begin dit jaar onder meer het financieel weekblad Trends en dit blad uit om bij te praten. Trends schrijft bewonderend over robuuste mannen die bij Proferro ‘knetterend vuur van heet ijzererts’ bedwingen. ‘Een knap staaltje R&D’, schrijft Trends, ‘want de gietijzeren modules moeten kunnen weerstaan aan de enorme trek- en spankrachten van de weefmachines die 1500 toeren per minuut draaien.’
Ik moet eerlijk toegeven dat ik niet veel van gieten weet, maar het lijkt me dat een machinebouwer veel kan winnen als hij de productie van dit soort zware onderdelen buiten de deur legt. Philips Healthcare windt de magneetspoelen van zijn MRI-scanners ook niet zelf. Picanol zet 70 tot 80 procent van zijn weefmachines in Azië af, dus me dunkt dat het bedrijf er heel wat mee zou opschieten als ze al die tonnen metaal in Maleisië of China zouden laten gieten en afwerken. Scheelt een hoop transportkosten.
Dochter Psicontrol Mechatronics zit veel dichter bij de technologie waaraan Picanol zijn reputatie ontleent, maar ook mechatronica kun je uitstekend inkopen. Tack noemt in Trends Atlas Copco, Transics en Traficon als klant. Een mooi drietal, maar Psicontrol zal heel rap veel groter moeten groeien en internationale klandizie moeten verwerven om te kunnen concurreren met specialisten op zijn niveau. In de moordende concurrentieslag staat deze mechatronicaspecialist bovendien op achterstand doordat het in potentie een onbetrouwbare partij is: in de hoogconjunctuur tellen de prioriteiten van de moeder en in recessies heeft het zijn lot niet in eigen hand.
Door Psicontrol, Melotte en Proferro groter te maken wil Luc Tack Picanol recessiebestendig maken. Dat zegt hij met zoveel woorden. Ik vrees dat de opleving van de huidige markt de zwakte van deze constructie verbloemt en Tack in de komende recessie zal moeten doen waar hij het meeste voor zegt te vrezen: opnieuw herstructureren. Hij zou er beter aan doen om zijn dochters serieus te nemen, zelfstandig in de wereld te zetten, een echte strategie te bedenken voor het moederbedrijf en daar dan in te investeren.




