Column
Samen krijgen we een sterke bv Nederland
2 september 2010
Het is nu officieel. China is de tweede economie ter wereld. Met een economische groei van dubbele cijfers - tijdelijk afgeremd tot 8 procent - is de aanval op de nummer 1-positie ingezet. Ingrediënten van de succesformule zijn langetermijnvisie, focus, samenwerken en investeren. Nederland glijdt ondertussen steeds verder af. Mijns inziens vooral door het niet maken van de juiste keuzes op lange termijn en door een fragmentatie in het ecosysteem.
Het gaat goed in halfgeleiders. ASML heeft weer forse orders geboekt en de omzetten stijgen substantieel. De wereldleider in chipproductiemachines is een bedrijf om als bv Nederland trots op te zijn. Een echt vlaggenschip. Maar ook ASML kan het niet alleen. Er is nog een behoorlijk aantal andere machinebouwers nodig om een chipproductielijn neer te zetten. Daarbij zijn er veel bedrijven bezig met het produceren van subassembly’s en deelengineering, inclusief heel veel toeleveranciers. Met andere woorden: als ASML een machine verkoopt, is dat voor veel bedrijven een succes.
Dat succes kan nog veel groter zijn als de innovatieketen de mogelijkheden van alle deelnemers in het ecosysteem meer benut. Want naast fundamentele research zijn ook detailengineering, optimalisaties en verbeteringen noodzakelijk. Dat fundamentele R&D het domein is van de grote bedrijven, eventueel voorzien van een gerichte innovatiesubsidie, is mogelijk logisch, en misschien zelfs ook wel wenselijk, maar daarna moeten wel de first tier- en second tier-bedrijven worden betrokken bij de ontwikkeling. Dat is immers ook specialistenwerk. Geen enkel bedrijf is zo goed op de hoogte van wat mogelijk is als een specialist (vaak een mkb’er).
Begin juni was er in het kader van de verkiezingen een radiodebat tussen Staf Depla (wethouder Eindhoven), Elly Blanksma (Tweede Kamerlid voor het CDA) en Harry Hendriks (CEO Philips Nederland). Inzet was de rol van de kenniseconomie. Een van de discussiepunten was het feit dat het voor een innovatieland geen bezwaar is dat de productie elders op de wereld gebeurt. Zoals verwacht, was er niet echt een slotconclusie, maar de politici hadden geen grote bezwaren. Zij suggereerden dat dit prima zou kunnen functioneren.
Dat is mijns inziens een absoluut foute keuze. Na de ontwikkeling moet je in de praktijk bewijzen dat iets ook echt werkt. Dat doe je op laboratoriumniveau met een prototype. Daarna volgt een nulserie die in het veld wordt gezet op bereisbare afstand om te zien of de verwachtingen ook bij klanten worden waargemaakt. Tot slot volgt de bouw van de eerste serie. De laatste twee stappen zijn echte productiestappen en voor het bouwen is competentie nodig. Daarnaast vraagt de omzetting van laboratorium- naar productieomgeving vaardigheden in productietechnologieën en is er voor optimalisaties en verbeteringen knowhow uit de productieomgeving noodzakelijk. Allemaal redenen om de productie (van hoogwaardige machines) ook in Nederland te houden. Bijkomend voordeel is dat we dan ook op termijn in staat blijven om voor allerlei nichemarkten slimme machines te maken.
Verder is de keus voor de gewenste technologieën en de keus voor het stimuleren van technisch onderwijs en ondernemerschap belangrijk. We moeten een aantal speerpunten definiëren. Feitelijk maakt het niet uit wat je kiest, als je maar kiest - en de partijen op een juiste manier bij elkaar brengt. Hierbij is de rol van de kennisinstituten, het onderwijs, het openbaar bestuur en de politiek belangrijk. Helaas werken deze nog te veel langs elkaar heen en blijken goedbedoelde initiatieven niet of nauwelijks te werken.
In een poging het tij te keren en een samenwerking tussen alle partijen te realiseren, heeft de Feda een actieprogramma ingezet om partijen met elkaar in gesprek te laten gaan. Tot op heden is er een aantal leuke resultaten bereikt. Vandaar dat de Feda de beurzen Aandrijftechniek en Industry & Automation (twee van de vier titels uit De Industriële Week, van 5 tot 8 oktober in Utrecht) heeft aangepast. Niet alleen is het een belangrijke branche-etalage, er is ook veel ruimte voor kennisoverdracht en netwerken. Vooral de contactmomenten met de verschillende ‘andere’ ecosysteemdeelnemers zijn nadrukkelijk ingericht. Dit alles met als doel om de bv Nederland sterker te maken. Als de politiek een goed industriebeleid met een visie op lange termijn uitwerkt, zullen de bedrijven wel zorgen dat er ook geld wordt verdiend in een duurzame maatschappij.






