Kort nieuws
Nederlandse en Belgische onderwijsuitgaven in middenmoot
8 september 2010
Nederland besteedde in 2007 1,5 procent van het GDP aan hoger onderwijs en zit daarmee op het gemiddelde van de Oeso. België zit op 1,3 procent. In totaal besteedde België echter 6,1 procent van het BBP aan onderwijs op alle niveaus, tegen 5,6 procent voor Nederland. Dat staat te lezen in het rapport Education at a Glance van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso).
Het verschil in de hoger-onderwijsinvesteringen tussen België en Nederland zit vooral in de private uitgaven. In België is meer dan 90 procent van de investeringen publiek geld, in Nederland is dat 72 procent. De uitgaven aan hoger onderwijs als deel van het BBP blijven ongeveer gelijk: in Nederland lag het percentage in 2000 op 1,4 procent, in 1995 was dat 1,6. In België was het percentage tien jaar geleden ook 1,3 procent. Over 1995 zijn geen cijfers bekend.
e VS, Canada, Korea en Chili voeren de lijst van uitgaven aan het hoger onderwijs aan met respectievelijk 3,1, 2,6, 2,4 en 2,0 procent van GDP. Dat is vooral te danken aan private investeringen in deze landen. Alleen Canada torent in zowel privaat als publiek geld boven de rest uit.
Opmerkelijk is dat Duitsland met 1,1 procent bij de hekkensluiters hoort, samen met Spanje (ook 1,1), Italië, Hongarije en Slowakije (alle drie 0,9 procent).
In 2008 had in zowel België als Nederland 42 procent van 25- tot 34-jarigen een diploma van een hoger-onderwijsinstelling. Ter vergelijking: bij de Nederlanders in de leeftijdsgroep van 55 tot 64 ligt dat percentage slechts op 26 procent, bij de Belgen op 22.
Links:





