Interview
'Creativiteit, daar gaat het om bij ontwerpen'
10 maart 2011
Van jongs af aan heeft Huub Janssen een passie voor techniek en knutselde hij er lustig op los met elektronica en mechanica. Toch koos hij uiteindelijk voor werktuigbouw. Tijdens zijn studie ervoer hij de werkwijze van mechatronicaprof Wim van der Hoek. Zo doet hij het nog steeds bij zijn eigen bedrijf, JPE: ‘Gewoon een vel papier, potlood erbij en samen creatief ontwerpen.’
Begin december ontving Huub Janssen, directeur-eigenaar van Janssen Precision Engineering uit Maastricht-Airport, de Rien Koster-prijs van de DSPE (Dutch Society for Precision Engineering). De jury onder leiding van de Twentse hoogleraar Herman Soemers roemt het hoge niveau waarop Janssen met zijn bedrijf het vak van de precisietechnologie beoefent. ‘Ik wist eigenlijk niet eens dat die prijs bestond’, grapt Janssen als we hem begin februari spreken in zijn ruime kantoor. ‘Ik was er in ieder geval totaal niet mee bezig. Het kwam als een geweldige verrassing. Ik ben niet iemand die dan meteen een gat in de lucht springt. Bij mij komt dat langzaam naar boven, maar ik heb die dag zelf intens genoten en doe dat nog steeds.’
Janssen is de eerste ondernemer die de prijs krijgt toegekend. Tenminste, als directeur van zijn eigen twaalfkoppige bedrijfje kun je hem dat etiket opplakken. Maar eigenlijk is hij techneut in hart en nieren, een elektrohobbyist, een gepassioneerde ingenieur die nieuwe concepten wil bedenken en ze daarna wil realiseren.
Als er bij JPE een interessante probleemstelling binnenkomt, duikt Janssen er met zijn team bovenop. ‘Dan begint het gelijk te kriebelen. Zo ging het bijvoorbeeld ook met die Piezoknob. Zo’n vraag komt hier binnen en ik heb nog dezelfde dag contact opgenomen om de vraag wat meer body te geven. Daarna gaan we met z’n allen bij elkaar zitten om na te denken over een oplossing.’ Janssen wijst naar een grote tafel bij de ingang van het kantoorpand. ‘Daar leggen we een groot vel papier op en iemand schetst het probleem. Iedereen mag dan iets aandragen. Ik probeer als moderator de zaken een beetje in het gareel te houden, maar ik verwacht wel van alle kanten de ideeën. We brainstormen zo een uurtje en dan moet het concept er liggen.’
Janssen is geen voorstander van de supergestructureerde manier waarop sommige anderen een probleem aanpakken. ‘In sommige opleidingen moet je vaak werken met morfologische schema’s. Je moet dan een matrix maken met alle mogelijke oplossingen en componenten. Aan de verschillende opties ken je dan punten toe. Vervolgens tel je de punten op en bepaal je in welke richting je gaat. Dat is bij ons uit den boze. Wij zijn meer de kunstenaars, spelen de artiestenrol. Een schilder die zijn expressiviteit op het doek kwijt wil, die gaat toch ook geen matrix opzetten en punten toekennen aan rood, geel en blauw? Creativiteit, daar gaat om.’
‘Natuurlijk speelt ervaring ook mee’, geeft Janssen toe, ‘maar je moet wel afstand kunnen nemen van de dingen die je eerder hebt gedaan. Out of the box, zonder allerlei ballast. Durf iets nieuws neer te zetten. Die openheid vind ik heel belangrijk. Tijdens zo’n sessie gaat het in onze hoofden van links naar rechts, van boven naar beneden en uiteindelijk staat er een concept. Zo werken we al twintig jaar en het werkt bijzonder goed. Op die manier ontstaan echt vernieuwende oplossingen.’
Kietelen
Hoe zorgt Janssen ervoor dat er genoeg interessante problemen de tafel in Maastricht-Airport halen? Dat blijkt een heikel punt. Janssen: ‘Dat is een van mijn grootste problemen. Ik kan wel een marketingman aannemen, maar waar stuur ik die naartoe? Onze potentiële klanten zitten veel te verspreid over de wereld. Dat werkt dus niet. Daarom heb ik ook geen marketingspecialist in huis. Ik moet af en toe zelf de marketingpet opzetten en daar heb ik een hekel aan. Ik vind dat helemaal niet leuk.’
Janssen zette een jaar geleden de eerste voorzichtige stapjes naar een oplossing. ‘Op jaarbasis komen er redelijk wat interessante opdrachten binnen, maar ik zou dat wat beter willen stroomlijnen. Ik wil graag internationale klanten hebben. Wil ook niet afhankelijk zijn van enkele grote bedrijven. Vanuit Europa, de VS en heel de wereld moeten ze ons kunnen vinden. Het enige middel waarmee je op afstand zichtbaar kunt zijn, is internet. We hebben daarom een site opgezet, een soort marktplaats, niet voor goederen maar voor diensten.’
Precision Point heet de portal die sinds begin dit jaar in de lucht is. ‘Wij bieden een engineeringconcept. Je kunt het zien als het resultaat van zo’n brainstormsessie. Globaal wil ik aan een probleem ongeveer een dag besteden. Daarna moet er een concept liggen waarmee de klant aan de slag kan. Tot zover is het gratis, maar we bieden natuurlijk gelijk een offerte aan om ook het vervolgtraject voor onze rekening te nemen: een haalbaarheidsstudie, een uitgewerkt mechanisch of elektrisch design, de complete hardware - het is aan de klant.’
‘Het is dus wel meer dan een stomme offerte uitschrijven’, benadrukt Janssen. ‘Ik wil iets bieden waar de klant direct wat aan heeft. Door het laagdrempelig te houden, wil ik de fysicus met een ingewikkeld experiment kietelen. Hij hoeft niet eerst naar de inkoopafdeling of naar zijn prof te lopen, maar kan de vraag gelijk aan ons voorleggen. Op die manier hoop ik een marketingkanaal te creëren waarop wij kunnen inhaken.’
De Precision Point-site (www.precisionpoint.eu) speelt de vraag nu alleen nog door aan JPE, maar het is de bedoeling om het aanbod te vergroten. ‘We zijn op zoek naar partners die ons complementeren. Wij zijn zelf goed in precisietechnologie in vacuüm- en cryogene omgevingen, maar bijvoorbeeld in optica zijn we niet gespecialiseerd. We weten natuurlijk wel hoe we lenzen en spiegels moeten manipuleren, maar het optische concept laten we graag aan een andere partij over’, aldus Janssen. Er loopt inmiddels aan aantal gesprekken om het Precision Point-concept uit te breiden.
Wim van der Hoek
Janssen heeft overduidelijk een passie voor techniek en dat zat er al jong in. ‘Ik heb altijd heel veel gehobbyd met elektrotechniek en mechanica. Zelf dingen bedenken, ook conceptueel, dat vond ik fascinerend. Het stond voor mij helemaal vast dat ik elektrotechniek ging studeren. Daar heb ik me dus ook voor ingeschreven bij de TU Eindhoven. Ik kreeg echter zo’n bult wiskunde voor mijn kiezen, dat was me te veel. Natuurlijk moet je sommetjes maken, dat snap ik wel, maar ik was meer creatief, conceptueel. Wiskunde is voor mij bijzaak.’
Na een half jaar zette Janssen een punt achter zijn universitaire elektrostudie. In augustus startte hij met hts elektrotechniek. Iets meer praktijk en iets minder wiskunde was het idee. ‘Maar na drie dagen hield ik het alweer voor gezien’, glimlacht Janssen. ‘Ik kon echt niet wennen aan dat schoolse, vond het verschrikkelijk. Ik zat op de achterste rij en die werd gelijk aangewezen om per toerbeurt het bord uit te vegen. Bij een practicum was ik een uur eerder klaar omdat ik thuis alles al eens had gedaan. Dus ik vroeg of ze nog iets uitdagends voor me hadden. Nee, maar ik kon wel de prullenbakken buitenzetten. Toen ben ik vertrokken.’
Na een spoedselectie – de colleges stonden immers op het punt van beginnen – koos Janssen voor werktuigbouw aan de TUE. ‘Ik wist dat ik ook daar veel wiskunde zou krijgen, maar ik was erop voorbereid. Er komen gewoon een hele hoop vakken die ik niet leuk ga vinden, daar zal ik ook doorheen moeten, hield ik mezelf voor. De werktuigbouwvakken lagen me wel. Het was een stuk praktischer dan elektrotechniek.’
De echte lol kwam pas aan het eind van de studie. ‘Ik moest stage lopen en collega-studenten adviseerden me om eens met Wim van der Hoek te gaan praten. Op een maandagmiddag ben ik toen met Van der Hoek en zes man gaan zitten. Er lag een groot vel papier op tafel met een probleemstelling erop. Iedereen mocht input leveren. Ik heb dat zo eens een uurtje aangekeken en kreeg ook wat vragen. Ik dacht: ‘Dit is het gewoon! Gewoon een vel papier, potlood erbij en creatief ontwerpen.’ Zo doen we het nog altijd bij JPE.’
De klik tussen Janssen en Van der Hoek was er heel snel. Janssen – toentertijd sleutelend aan een weegschaal voor zijn vader die fruitteler was – hapte dan ook snel toe toen Van der Hoek met een interessant stageproject op de proppen kwam. ‘Een tandheelkundige in Leuven wilde slijtage aan vullingen en kiezen in kaart brengen’, vertelt Janssen. ‘Dat moest met interferometrie op de afdruk van een kies. Normaal krijg je lichte en donkere plekken in een tweedimensionaal interferentieplaatje. Het kan ook in drie dimensies, dus een vlak waar de bundels elkaar versterken en een vlak daarboven waar ze elkaar uitdoven. Je krijgt dan een hoogtekaart met een resolutie van vijf micrometer. Een moirépatroon heet dat. Als je elk jaar zo’n kiesafdruk maakt, kun je nauwkeurig de slijtage volgen. Het was een heel uitdagende klus, maar het was mij op het lijf geschreven. Studeren was toen gewoon hobby, een mix van creativiteit en wat sommetjes voor de onderbouwing.’ Trots toont hij de interferometer, die hij nog altijd op zijn kantoor heeft staan.
Over Van der Hoek heeft Janssen alleen maar lof: ‘Hij is heel inspirerend, verbaal sterk, maar ook geniaal en creatief. Eigenlijk is hij de perfecte fysicus-werktuigbouwer. Dat is de rol die ik ook ambieer. Dat je grensverleggend in de mechanica bezig kan zijn door fysisch na te denken. Je moet in het materiaal kruipen, de fysica beheersen. Dat doet Van der Hoek heel goed, met een praktische insteek, intuďtief en resultaatgericht.’
Janssen bestempelt hem als de vader van de Nederlandse mechatronica-industrie ‘samen met zijn opvolger Rien Koster en, in bredere zin, Philips. Hij kon de werktuigbouw en de fysica aan elkaar praten. De fysica als schakel van alles. Ons geluk is alleen dat fysici vaak wel een idee hebben, maar het niet kunnen realiseren. Daar ligt een taak voor JPE. Ik wil ook niet eindigen met een vel papier, maar echt iets maken.’
Toiletpotten
Na zijn studie begon Janssen eind 1984 bij ASML, dat toen net een half jaar op gang was. ‘Eigenlijk wilde ik voor mezelf beginnen, maar ik ben toch gaan praten met ASML. Dat bleek zo’n boeiende omgeving, daar moest ik aan meedoen. Ik kwam er binnen als analyseman: analyseerde de problemen en zocht naar een oplossing. Dat was heel sterk gecombineerd met het constructief realiseren. Die mix, dat heb ik altijd wel leuk gevonden.’
Omdat hij bij ASML echter niet de vrijheid had die hij zocht, maakte Janssen na drie jaar de overstap naar Philips’ lcd-tak in Heerlen. ‘Daar werkte ik op het ingenieursbureau dat verantwoordelijk was voor de inkoop en ontwikkeling van de productiemachines. Ik kon de lessen in projectmanagement die ik bij ASML had geleerd volop in de praktijk brengen. Het stond er namelijk helemaal vol met ongeschikte machines, die waren afgeleverd op het moment dat het proces al was gewijzigd. Projectmatig werken en goed specificeren heb ik daar sterk gepropageerd. Ik vond het leuk werk.’
Helaas voor Janssen verkeerde de hele lcd-business van Philips in zwaar weer. Tijdens de Centurion-actie begin jaren negentig sneuvelde de modernste van de twee lcd-fabrieken in Heerlen. ‘Dat was nou net de fabriek met de spannendste machines. Ik kon toen verder als projectleider op Philips’ ingenieursbureau, dat klussen voor externe partijen ging doen. Wacht even, dacht ik toen, dit gaat zo veel lijken op een eigen toko, dan ga ik de stap wagen en voor mezelf beginnen.’
In 1991 richtte hij Janssen Precision Engineering op. ‘Ik had een mooi businessplan gemaakt. Omdat ik ASML al goed kende, schatte ik tachtig procent van mijn business daar te kunnen halen, verder tien procent bij Philips en tien procent bij andere klanten. Daar is geen meter van uitgekomen. Het heeft vijf jaar geduurd voordat ik één gulden aan omzet bij ASML had. Een van de eerste opdrachten kwam van Sphinx. Tijdens het glazuren van de toiletpotten die dat bedrijf maakt, moesten ze mechanisch worden omgekiept. Ik heb daar een oplossing voor bedacht. In het weekend zitten boren in het beton om de constructie te installeren en die mee in bedrijf te nemen. Over fijnmechanica gesproken!’
Via een Philips-contact kwam al snel de eerste serieuze klus binnen. Daarna volgde ook ASML. Het eenmansbedrijf groeide zo gestaag naar de twaalf medewerkers die er nu op de loonlijst staan, en verkaste van Janssens huis naar een eigen en modern pand op industrieterrein Technoport Europe, onder de rook van Maastricht-Airport. Janssen heeft de intentie om te groeien ‘maar het is nooit mijn ambitie geweest om honderd man in dienst te hebben. Dan wordt de brainstormtafel te groot en is het werk niet leuk meer. Ik wil met een leuke club uitdagende klussen doen.’
Delegeren
Ook aan JPE ging de crisis niet voorbij. Er kwamen beduidend minder opdrachten binnen, zeker vanuit de halfgeleiderbranche. Omdat het bedrijf ook een belangrijke pijler heeft in astronomische systemen, kon het de dip enigszins compenseren. Wel maakte JPE gebruik van de kenniswerkersregeling. ‘Samen met de afdeling van Maarten Steinbuch hebben we gekeken naar een actuator van een telescoop om spiegels mee te manipuleren, een combinatie van mechanica, elektronica en control. Dat concept hebben we verder uitgewerkt.’
Ondanks de lastige periode blijft Janssen zijn bedrijf openstellen voor afstudeerders en stagiairs. ‘We hebben heel veel ideeën, ook concepten waar we geen klanten tegenover hebben staan. ‘Verdorie’, denk ik dan, ‘misschien is daar toch wat mee te doen.’ We zetten er dan soms een stagiair tegenaan. Dat kost natuurlijk wel veel tijd want die concepten zijn vaak niet zo eenvoudig. Maar ik vind het heel leuk om dat soort mensen te coachen.’
‘Het is niet altijd makkelijk de juiste persoon te vinden’, verzucht Janssen. ‘Het niveau is heel wisselend. Pas hebben we een hbo’er met een academisch tintje aangenomen die gewoon schitterend paste. Aan de andere kant hebben we ook TU’ers gehad die totaal niet uit de verf kwamen. Ik vraag toch echt mensen die conceptueel kunnen construeren. Dat is heel sterk persoonsafhankelijk.’
Janssen geeft zijn medewerkers veel vrijheid: ‘Ik wil niet de baas spelen. Ze krijgen van mij altijd maximale eigen verantwoordelijkheid. Ik wil vooral geen politieagent zijn. Dat vind ik verschrikkelijk. Maximaal delegeren, daar heb ik ook de mensen voor. Ik ben er wel altijd om te overleggen. Natuurlijk mag ik het commerciële aspect niet uit het oog verliezen. Ook hierbij probeer ik vernieuwende zaken te introduceren en niet alleen gebruik te maken van het standaard netwerken. Zo bedenk ik een alternatieve aanpak als Precision Point. Uiteraard loop ik ook eens binnen bij de verschillende klanten. Of ik zet een advertentie en sta op een beurs. Die dingen horen erbij.’ Helaas, hoor je hem denken.





