U bent hier:
  1. Home
  2. Nieuws
  3. Interviews
  4. Bekijk


Fundamenteel onderzoek fundament voor hightech mechatronica

Veel onderliggende vakgebieden van de mechatronica, zoals mechanica, elektronica en elektromechanica, worden vaak gezien als disciplines die ‘nu wel klaar zijn’. De beroemde Maxwell-vergelijkingen kunnen immers alles beschrijven en sommige moderne modelleertools als Matlab claimen zo nauwkeurig te zijn dat ze zonder enige verificatie Marslanders betrouwbaar kunnen laten werken. Let wel: die tools...

Interview met Robert Nefkens

Diversificatie en serieproductie groeimotor Hembrug

6 november 2009

Hembrug, ooit een kwakkelende onderneming, groeide in ruim een decennium uit tot een sterke nichespeler in de gereedschapswerktuigmachinemarkt. Robert Nefkens hielp het bedrijf gezond te maken met een mix van serieproductie en diversificatie in ultraprecies draaien, frezen en slijpen. Hembrug zit tegenwoordig ook in de VS en Azië en met TNO ontwikkelt de specialist momenteel een freesmachine met ultrasone spillen voor moeilijk te bewerken materialen zoals keramiek.

Terwijl Duitsland tientallen spelers kent in verspanende machines, telt Nederland er slechts een paar. In Haarlem zit Hembrug, een specialist in ultraprecies verspanen die de afgelopen jaren groeide in deze zeer conjunctuurgevoelige markt. Terwijl het bedrijf begin jaren negentig slechts enkele speciaalmachines per jaar verkocht, levert het nu jaarlijks wereldwijd vijfentwintig tot dertig draaibanken en freesmachines.

Hembrug doet dat met een focus op ultranauwkeurig verspanen van gehard staal. ‘Het bewerken van hardstaal kan op alle draaimachines, maar niet in de nauwkeurigheidsklasse van 0,1 micrometer die wij halen’, zegt directeur-eigenaar Robert Nefkens. ‘Er zijn ook machines voor het bewerken van zachte materialen die nauwkeuriger kunnen zijn dan de onze, maar die zijn minder geschikt voor gehard staal.’

Samen met de Hembruggers creëerde Nefkens sinds zijn aanstelling in 1996 veel vernieuwingen. Naast speciaalmachines is nu de serieproductie rendabel en nieuwe markten zijn onder meer frezen, het finish-harddraaien van zeer grote onderdelen en machines die verschillende bewerkingen tegelijk kunnen uitvoeren. Het afgelopen decennium haalde Hembrug topspecialisten als Carl Zeiss, Norma, Schaeffler, SKF en Thyssenkrupp binnen als klant. Inmiddels werken de Haarlemmers aan een wereldwijd netwerk van agenten en distributeurs. ‘We willen het de komende jaren beter doen dan de markt.’

Robert Nefkens ontvangt in zijn kantoor, dat onderdeel is van de nieuwe assemblagehal die Hembrug dit jaar opende. De R&D en engineering zitten onder hetzelfde dak. Nefkens heeft een hele wand ingeruimd voor Midden-Amerikaans aardewerk. Hij kreeg de kleipoppen en dierfiguren van zijn vader, de architect Harry Nefkens, die afgelopen zomer met pensioen ging en de hele verzameling aan zijn zoon gaf.

De jongere Nefkens is een tikje gereserveerd. Pas als we stevig doorvragen blijkt de directeur-eigenaar van Hembrug een wat ongewone band met het bedrijf te hebben. Op zijn twintigste maakte hij het bedrijf al van nabij mee, als commissaris van de toen kwakkelende onderneming. Na zijn studie ging hij in 1996 als directeur aan de slag bij de Haarlemse gereedschapsmachinemaker. Opvallend is dat Nefkens geen technische opleiding heeft. Hij studeerde sociologie in Groningen en deed daarna een MBA in het Amerikaanse Rochester.

Familie

Hembrugs geschiedenis gaat helemaal terug naar de zeventiende eeuw. In 1679 sticht de Nederlandse staat de fabriek Artillerie Inrichtingen (AI). Drie eeuwen later, in 1973, wordt AI opgesplitst in Hembrug en Eurometaal. In 1982 koopt de architect Harry Nefkens het deel Hembrug van de staat. Voor Nefkens senior is het vooral een investering. Zelf richt hij zich vooral op onroerend goed en zijn werk als architect. Kort na de aankoop maakt hij zijn zoon Robert commissaris bij de machinebouwer.

‘Mijn vader deed het om de familie te betrekken bij het bedrijf’, vertelt Robert Nefkens. ‘Ik was toen twintig en ik ben in de jaren tachtig dus vaker hier geweest. Ik wist in ieder geval heel goed dat het een beetje een zorgenkindje was, zowel Hembrug als kranenbouwer Figee (dat in dezelfde industriële groep zat, RR). Het probleem was toen dat Hembrug zich niet onderscheidde met een goed eigen product.’

Robert Nefkens, directeur-eigenaar van Hembrug.

Midden jaren negentig vraagt de familie Nefkens zich af wat ze met Hembrug moet. Figee is al verkocht in 1994 en van de grote industriële groep is dan alleen nog de relatief kleine fabrikant over die jaarlijks slechts een paar speciaalmachines levert. ‘We vroegen ons af: gaan we verkopen of er toch mee verder?’, zegt Robert Nefkens. ‘Ik was net terug van een MBA in Amerika en heb aangeboden om het bedrijf te gaan leiden.’

Zo krijgt de net afgestudeerde Nefkens in 1996 de leiding over het bedrijf. ‘Ik kwam redelijk vers binnen’, lacht hij. ‘Ik had daarvoor wel wat gewerkt, zoals een stage bij een ander bedrijf, maar machinebouw was volledig nieuw voor mij.’

In het eerste jaar heeft Nefkens nog een oom aan zijn zijde met ervaring in de metaalsector. ‘Mijn oom was technisch, dus de gedachte was dat hij zou kunnen helpen in zo’n techneutenbedrijf waar ik als econoom in zat. Maar ik dacht al vrij snel dat het verstandiger was als ik er zelf mee verder zou gaan.’

Zijn broer en zus zijn in het begin nog mede-eigenaar, maar in 1998 neemt Robert Nefkens alle aandelen van hen over. ‘Het ging minder goed en mijn broer en zus vroegen zich af wat ze met het bedrijf moesten. Toen heb ik gezegd: dan koop ik het helemaal.’

Waarom hij koos voor een technisch bedrijf in een conjunctuurgevoelige markt terwijl hij op dat moment geen achtergrond had in de techniek? ‘Nou ja’, zegt Nefkens. ‘Ik moet wel zeggen dat het hartstikke leuk was. Het gaat hier om heel concrete producten. Verspanende machines zijn echt producten waar je passie voor kunt hebben, en dat is bij mij ook gegroeid in de loop der tijd.’

Recessie

Hembrug koos al voor een focus op ultraprecies draaien na de privatisering in 1982. Toen werd ook al besloten om afstand te doen van de conventionele AI-draaibanken. Nefkens: ‘Op dat moment werd er ook al voor gekozen om alle eigen productie uit te besteden. We maakten ook maar een paar machines per jaar. Als je hier rondloopt, zie je geen ruwe metaalbewerking of plaatwerkerij. In het verleden was dat er allemaal wel.’

Begin jaren negentig startte Hembrug een ontwikkeling om zijn machines geschikt te maken voor harddraaien. Voor die markt bracht het in 1994 ook een seriemachine op de markt, de Mikroturn 100 CNC. Samen met marktfocus zorgde dat voor serieuze groei. ‘We zaten tot midden jaren negentig vooral in de speciaalmachinebouw. Toen we series zijn gaan maken, moesten we het productieproces optimaliseren.’ Intussen zet Hembrug vijfentwintig tot dertig machines per jaar af.

Een van Nefkens’ eerste beslissingen was om samen met de hoofdingenieur een value engineering-traject in te zetten. ‘Dat betekent de kostprijs van machines verminderen door goed naar onderdelen, werkwijze en inkoop te kijken. Ik geloof dat we daarmee de kosten meteen 20 procent hebben verlaagd.’

Op de vraag of dat direct uit zijn MBA-kennis kwam, zegt hij: ‘Kijk, het is redelijk banaal. Het bestaansrecht van een onderneming is geld verdienen. Dat is voor mensen met een technische achtergrond niet vanzelfsprekend. Dat heb ik de mensen hier wel een beetje bijgebracht. Ook geef ik zolang ik hier ben elk kwartaal een presentatie over hoe het bedrijf ervoor staat. Met resultaten en verwachtingen voor de toekomst.’

Een jaar na zijn komst voerde hij ook een winstdelingsregeling in. ‘In het verleden kreeg iedereen een vast percentage, 4 procent van het jaarloon. Daarvoor in de plaats heb ik een flexibele winstdeling tot 10 procent van het jaarsalaris ingevoerd, afhankelijk van de resultaten. Dat is wellicht wel iets dat ik uit Amerika heb meegenomen. Ik vind het belangrijk dat werknemers betrokken zijn.’

Hembrug breidde het productprogramma ook uit naar kleinere seriemachines. Daarnaast vergrootte Nefkens het netwerk van agenten. ‘Voorheen deden we redelijk direct zaken, maar als je standaard machines bouwt, kun je meer met agenten doen. Sinds kort hebben we ook een inmiddels succesvolle verkoper in de Verenigde Staten. Daar waren we voorheen helemaal niet actief. Ook werken we aan het aanstellen van een distributeur in China en een agent voor Taiwan. Voorheen werkten we daar alleen op projectbasis; deze verandering betekent dat we daar echt heel serieus de markt gaan bewerken.’

De huidige recessie raakt de markt voor gereedschapsmachines hard. Nefkens verwacht dat vooral de afzet in Europa daar nog jaren onder zal lijden. ‘Ook uit het verleden weet ik dat als het wat minder gaat, het nog een aantal jaren duurt voor het weer gaat aantrekken. Ik ben heel blij als we de eerstkomende jaren het niveau van 2008 halen. Cecimo (de overkoepelende Europese organisatie voor gereedschapsmachinemakers, RR) verwacht dat onze industrie als geheel pas in 2012 op het omzetniveau van 2005 zal zitten.’

Voor Hembrug was 2008 een topjaar, zegt Nefkens. ‘Dan praat ik over order-intake en niet over omzet. Vanwege de hoge order-intake in 2008 zullen we in 2009 een goede omzet draaien. Maar we zullen echt bijzondere dingen moeten doen om ervoor te zorgen dat we over een aantal jaar het niveau van 2008 bereiken of zelfs erboven komen. Daarvoor moeten we inderdaad naar nieuwe markten toe en nieuwe producten gaan ontwikkelen, zoals standaard machines die afgeleid zijn van de 100 CNC en machines voor grotere diameters. Daarmee verwacht ik dat we het beter gaan doen dan de markt.’

Verticaal

De ultrahoge nauwkeurigheden haalt Hembrug door de toepassing van oliehydrostatische lageringen in zowel hoofdspillen als sledes. De basiskennis hiervoor werd veertig jaar geleden al ontwikkeld en is niet langer beschermd door patenten. ‘Onze kracht zit in het gebruik en de toepassing van dat concept. Blijkbaar is dat toch niet zo simpel. Je ziet dat andere machinebouwers met traditionele rollenlagersystemen langzaam wat omhoog gaan in nauwkeurigheid. Sommigen hebben wel hydrostatisch gelagerde sledes, maar niemand anders past hydrostatisch gelagerde hoofdspillen toe waarbij de spil vrijwel wrijvingsloos in een oliefilm draait.’ Daarnaast gebruikt Hembrug ook natuurgraniet om zijn machines stabiliteit te geven.

Dat Hembrugs technologie aanslaat, blijkt uit de bestellingen van Europese topspelers. Begin vorig jaar leverde het Haarlemse bedrijf grote verticale Mikroturn 950 CNC-finish-harddraaimachines aan SKF in het Duitse Schweinfurt. Dit Zweedse bedrijf gebruikt de machines voor het nabewerken van lagerringen in geharde toestand. De vierassige Vertical-Mikroturn heeft een magnetische opspanplaat met een diameter van 1000 mm. Korte tijd later volgde een opdracht van Schaeffler voor een nog grotere machine. Dat leidde tot de nieuwe Vertical-Mikrogrind 1400 CNC, een machine die draaien en slijpen combineert.

De verticale machines hebben een verticale draaispil. De werkstukken liggen op een vlakke draaitafel. Deze configuratie is gekozen omdat bij dit soort grote diameters - een meter of meer - de doorbuiging onder invloed van de zwaartekracht van invloed is op de nauwkeurigheid.

Nieuwe machineconcepten als verticaal draaien ontstaan door wisselwerking van eigen ideeën en vragen van klanten, zegt Nefkens. ‘Bij de verticale machines gingen we zelf nadenken over machines om grotere producten te maken. Daarvoor bedachten we een concept en zijn we daarmee gaan shoppen bij een aantal potentiële klanten. Op een gegeven moment is er dan iemand geďnteresseerd. In dit geval was het Carl Zeiss in Oberkochen dat met onze verticale machines de lensvattingen voor het lenzensysteem van ASML wilde maken.’

Carl Zeiss gebruikte de machines uit Haarlem voor het draaien van staal, niet voor gehard staal. De optische specialist zocht vooral naar een hoge nauwkeurigheid. ‘Carl Zeiss had horizontale machines voor kleinere diameters, maar de lenzen werden voor de nieuwste generaties wafersteppers ook groter.’ Later kwamen er ook orders van fabrikanten als SKF en Schaeffler die de verticale draaibanken zijn gaan gebruiken voor finish-harddraaien van onder meer grote kogellagers.

Seriemachines

Hembrug start ook ontwikkelingen zonder dat er een specifieke klantvraag aan ten grondslag ligt. ‘Dat is lastiger’, zegt Nefkens, ‘want dan moet je maar hopen dat je precies datgene ontwikkelt waar behoefte aan is.’ De standaard machine 100 CNC is er een voorbeeld van. Deze seriemachine kwam in 1994 voor het eerst op de markt. Intussen produceert Hembrug seriemachines die werkstukken met diameters tot 450 millimeter aankunnen.

De Haarlemse machinebouwer bracht dit jaar ook een nieuwe seriemachine uit, de Mikroturn 300 Baseline, een machine voor finish-harddraaien met een reproduceerbare nauwkeurigheid van 0,1 micrometer. Hembrug introduceerde deze afgelopen september op de machinebeurs Emo in Milaan. De Mikroturn 300 Baseline biedt dezelfde oppervlaktekwaliteit (ruwheid Ra en vormnauwkeurigheid) als de bestaande horizontale machines, maar wordt seriematig gebouwd en geleverd met een eenvoudigere besturing. Met deze lager geprijsde machines wil Hembrug zijn finish-harddraaiproces voor meer klanten bereikbaar maken.

Hembrug maakt zijn Mikroturn-schuinbedmachines (de 50 CNC, 100 CNC en 300 Baseline) in kleine series van bijvoorbeeld zes exemplaren. De serieaanpak biedt een aantal bedrijfseconomische voordelen. ‘We kunnen beginnen met bouwen voordat we klanten hebben. Dat is een gigantisch verschil ten opzichte van de enkelstuks speciale machines. In dat laatste geval kun je pas wat doen op het moment dat je een order hebt. Met serieproductie neem je risico, omdat je nog geen kopers hebt, maar je kunt er de vraagfluctuaties en daarmee dus de bezettingsschommelingen flink mee dempen.’

Specifieke vragen van klanten zijn zeer uiteenlopend. ‘Het is zeer divers. We hebben nu een aanvraag voor een machine die lange producten met grote diameters moet kunnen bewerken. Daar ontwikkelen we een hele nieuwe machine omheen, met de verwachting dat we die ook aan andere klanten kunnen verkopen. Ook hebben we pas nog een machine geleverd die draaien en slijpen combineert voor kleinere onderdelen. Die hebben we geheel nieuw voor een specifieke klant ontwikkeld. Het kan dus helemaal van de grond af nieuw zijn, al gaan we in principe niet alles helemaal opnieuw uitvinden. We maken onder meer gebruik van onze standaard hydrostatische modules.’

Hembrugs seriemachines zijn standaard uitgerust met numerieke besturingen van Fanuc of Siemens (840D) en Heidenhain-glaslinealen met een oplossend vermogen van 0,01 µm. Dit soort besturingen en de motoren zijn steeds minder onderscheidende factoren. Nefkens: ‘Je moet natuurlijk de goede besturing kiezen, maar die wereld is voor draaien minder en minder spannend. Bij vijfassig frezen is er nog wel wat te winnen in de hele informatieverwerking van Cad-ontwerp naar computergestuurde fabricage en postprocessing. Over die schakels kan nog wel eens wat misgaan en daar probeert onder meer Siemens meerwaarde te bieden door vat te krijgen op de hele keten.’

Voor Europese klanten levert Hembrug standaard Siemens. Nefkens: ‘Heidenhain had gekund, maar je moet je ook beperken. Voor de kleinere machines leveren we in Europa ook Fanuc. Over de grens moet je dat zeker kunnen aanbieden. Dat is in de VS en Azië een stuk eenvoudiger te verkopen, omdat ze daar gewend zijn om Fanuc te programmeren.’

Ultrasoonspindel

Behalve dat de machines steeds meer verschillende bewerkingen uitvoeren, zoals een combinatie van draaien en slijpen, neemt ook de invloed van meten toe. ‘Als je een heel nauwkeurige machine hebt, dan moet ook je meetkwaliteit stijgen. Ik verwacht dat we de ontwikkeling van finish-harddraaien doorzetten en daar meer bewerkingen aan gaan toevoegen. Een daarvan is in feite het meten. In de huidige praktijk worden onderdelen na de metaalbewerking van de machine genomen en pas dan wordt gekeken of het wel klopt. Als dat niet zo is, dan is het lastig om de werkstukken weer terug te plaatsen. De ideale situatie is dat je bewerkt en ook de vorm meet en eventueel kunt compenseren en bewerken.’

Als tweede ziet Nefkens de trend om de kostprijs per product te verlagen. ‘Ik geloof niet dat de machines veel nauwkeuriger gaan worden, maar wel productiever.’ Een van de mogelijkheden is de productiviteit te verhogen door over te stappen van kogelomloopspillen naar lineaire motoren. De Nano-Focus-freesmachines hebben al lineaire motoren op alle assen. ‘Voor finish-harddraaien van specifieke onderdelen verwachten we hiermee de productiviteit met 20 tot 30 procent te verhogen. We zijn net bezig met een ontwikkeling waarbij we lineaire motoren van Siemens gebruiken. Daarmee verwachten we rond de zomer van 2010 een nieuwe machine te leveren.’ Lineaire motoren zijn iets duurder, maar de veel hogere productiviteit maakt dat ruimschoots goed, zegt Nefkens. ‘Je hebt in tegenstelling tot kogelomloopspillen ook geen slijtage.’

Op de wat langere termijn kijkt Hembrug naar het verspanen van zeer harde materialen met ultrasoonspindels. Dit najaar start het bedrijf met TNO een kenniswerkersproject waarin vijf van zijn medewerkers onderzoek gaan doen naar het bewerken van moeilijk te verspanen materialen zoals keramiek. Daarvoor wordt de vijfassige freesmachine Nano-Focus uitgerust met een ultrasoonspindel. Het lab van TNO Industrie en Techniek in Eindhoven kreeg afgelopen oktober een Nano-Focus.

Kapstok

Twee jaar geleden werd Robert Nefkens voorzitter van de Vimag-afdeling voor gereedschapsmachinemakers. Zoals gezegd, zijn deze dungezaaid in Nederland. Naast Hembrug zijn de leden Mayfran, Safan (kantbanken), Style High Tech (CNC-draai- en -freesbanken), Unisign (CNC-draaien en -frezen) en Voortman (ponsen en boren). ‘Blijkbaar vinden die paar leden dat ze elkaar iets te bieden hebben’, zegt hij op de vraag of zo’n kleine groep een vereniging rechtvaardigt. ‘We komen als machinebouwers elk half jaar bij elkaar en pakken dan een onderwerp bij de kop. Dan proberen we van elkaar wat te leren zonder dat het elkaar bijt.’

Juist in onzekere tijden zijn cijfers verschrikkelijk belangrijk en heel behulpzaam, zegt Nefkens. ‘Ze helpen je om je richting te bepalen en te kiezen. Maar de Europese moederorganisatie Cecimo doet ook studies over China, India en Rusland. Over de marktontwikkelingen daar en waar je op moet letten. Dat is heel zinvol. Voor de rest zijn de bijeenkomsten in het buitenland met collega’s uit de Europese machinebouw voor mij interessant om te netwerken. Je leert hoe andere mensen de dingen aanpakken.’

Ondanks de neergang koos Hembrug ervoor om aanwezig te zijn op de Emo in Milaan. Emo is Europa’s grootste beurs voor gereedschapsmachines en rouleert tweejaarlijks tussen Hannover en Milaan. De beurs in Milaan is van oudsher wat minder in vergelijking met die van Hannover. Dit jaar kozen verschillende machinebouwers, waaronder het Nederlandse Unisign, ervoor om niet in Milaan aanwezig te zijn. ‘Door de economische neergang waren onze eigen verwachtingen ook minder hooggespannen.’

Gevraagd naar zijn motivatie om wel aan Emo deel te nemen zegt Nefkens: ‘Er is één simpele interne reden. Zo’n beurs is altijd een mooie kapstok om nieuwe ontwikkelingen aan op te hangen. Dit jaar waren dat de Mikroturn 300 Baseline en de verticale Mikroturn 800 V. Die moesten klaar zijn voor de Emo en dan kun je niet zeggen: toch maar een weekje later. Zo’n deadline is niet te onderschatten. Een andere reden is dat het toch de moeite waard was, ook al is het een duur verhaal. Als je uitgaat van dertig tot veertig nieuwe leads en je houdt daaraan twee nieuwe klanten over, dan haal je er de deelnamekosten van zestig- tot zeventigduizend euro uit.’

René Raaijmakers

Terug naar overzicht



© Mechatronica Magazine | Deze pagina op internet: http://www.mechatronicamagazine.nl/nieuws/interviews/bekijk/artikel/diversificatie-en-serieproductie-groeimotor-hembrug-1.html