Interview met Egbert Stremmelaar
Feda geeft technologiegroepen meer kleur
9 februari 2009
Egbert Stremmelaar, directeur van de businessunit Elektrische en Mechanische Aandrijvingen bij Eriks Aandrijftechniek in Schoonhoven, volgt Lucas Wintjes op als voorzitter bij de Feda. Een korte kennismaking.
De persoonlijke trigger die Egbert Stremmelaar ertoe bracht om zich te storten op samenwerken binnen zijn branche was het Ondergronds Logistiek Systeem (OLS), de vrachtbuis tussen bloemenveiling Aalsmeer en Schiphol. ‘Dat kon geen enkel Nederlands bedrijf in zijn eentje’, zegt de nieuwe Feda-voorzitter. ‘Het leek er in 2003 op dat de bloementunnel in het buitenland zou worden aanbesteed, terwijl een aantal Nederlandse bedrijven dat met elkaar prima zou kunnen.’
Zover kwam het niet; het OLS verdween rond 2004 in de ijskast. Maar Stremmelaar realiseerde zich toen wel de noodzaak om meer op te trekken met andere bedrijven in zijn sector. Hij was nog maar net lid van de Vereniging voor Aandrijftechniek (VVA), een vereniging die hij beschrijft als ‘gezellig, maar met weinig meerwaarde’. Ook de Federatie Hydrauliek en Pneumatiek (FHP) was meer een gezelligheidsclub.
In FHP- en VVA-kring leerde Stremmelaar de onlangs vertrokken Feda-voorzitter Lucas Wintjes kennen. ‘Wij vonden als bestuur dat een branchevereniging meerwaarde moest hebben’, zegt hij. ‘Op meerdere vlakken. Op onderwijs, maar ook vonden we dat het imago van de branche sexy moest zijn. Mensen die in onze sector werken, moeten op verjaardagen met verve over hun beroep kunnen vertellen.’
'Wij zijn geen beursorganisatie die is opgewaardeerd tot branchevereniging'
Onwerkbaar
De VVA zocht contact met de FHP en zo ontstond in 2004 de Federatie Aandrijven en Automatiseren (Feda) als branchevereniging. ‘Het gaat er niet om bij welk bedrijf je werkt, maar veel meer om het netwerk waarin je opereert’, zegt Stremmelaar. ‘We moeten ons afvragen hoe we ons samen sterk maken. Voor mijzelf viel het kwartje met de bloementunnel.’ Later sloten zich nog kleinere groepen aan, zoals de Vereniging Leveranciers Perslucht- en Vacuümtechniek (Vip) en de Groep Technische Automatisering (GTA).
Feda-leden konden in brancheverband onder meer uitzoeken wat het verpakkingsconvenant en de ROHS-wetgeving voor gevaarlijke stoffen voor hen inhield. De branchevereniging werkt met de VNU ook aan de beurs Aandrijftechniek en Industriële Automatisering tijdens de Industriële Week. Intussen bestaat de Feda uit 220 leden, die samen ruim tienduizend mensen vertegenwoordigen en 1,8 miljard euro omzetten.
Net als voor Wintjes (zie interview pag 22) zijn de High Tech Campus in Eindhoven en het Brabantse netwerk een inspiratiebron. ‘Meerwaarde moet je samen genereren. Het gaat niet meer om dozen schuiven. Het gaat om samenwerken. Dat zie je in het zuiden van Nederland. Daar brengen grote OEM’s bedrijven bij elkaar en maken ze samen een product. De basis voor de businessmodellen van de toekomst zijn zelfsturende cellen die samen een grote organisatie vormen zonder hiërarchische lijnen. Een branchevereniging is een gremium waarbinnen je dit soort groepen kunt laten opstaan. De Feda heeft daarvoor alle bloedgroepen in huis. Feitelijk kunnen we in Nederland alles aan.’
Toch verminderde de Feda het zware accent op samenwerken. Afgelopen november koos de ledenvergadering voor een vernieuwde structuur en strategie om ‘samenwerking met behoud van de eigen identiteit’ beter uit de verf te laten komen. ‘Samenwerking en synergie gingen wellicht een beetje ten koste van de individuele herkenbaarheid van de disciplines’, schreef de Feda in een persbericht. De technologiegroepen werden omgedoopt tot secties met een eigen bestuur en een eigen budget. Doel was binnen specifieke sectoren opererende bedrijven hun eigen identiteit te geven.
Stremmelaar zegt dat de oude structuur onwerkbaar was geworden. ‘Alle bloedgroepen brachten hun bestuursleden in. Voor tien mensen een vergadering plannen was bijna een utopie. Het bestuur moest kleiner en we wilden voltijdkrachten voor de Feda aan het werk.’ De vrijblijvendheid moest vervangen worden door een professionele aanpak. Branchesecretaris André Braakman werd benoemd tot Feda-directeur en de technologiegroepen werden gewijzigd in secties die dichter op de markt moeten zitten. ‘Het bestuur zet nu de strategie uit. Daarnaast hebben we een raad van advies die één keer per jaar bij elkaar komt en die aangeeft of bestuur en bestuursbureau hun werk goed doen.’
Voedingsbodem
De Feda bestaat nu uit secties die technologiegeoriënteerd zijn, zoals voor vacuüm en elektrische en mechanische motion. ‘De reden is dat het voor deze groepen van belang is om bijvoorbeeld de problematiek rond regelgeving goed te snappen. Voor vacuüm speelt EMC-problematiek wellicht niet, dus dat wil je in secties behandelen. Het maakt slagvaardiger.’
De Feda besteedde de afgelopen jaren al veel aandacht aan vakgericht onderwijs en training. ‘Onze leden zitten te springen om vakbekwaam personeel.’ De branchevereniging ondersteunde onlangs nog het lectoraat van Jos Gunsing aan de Avans Hogeschool in Breda. Ook gaf ze haar steun aan de duaalopleiding mechatronica op de Haagse Hogeschool.
Ontwikkelingen bij andere brancheverenigingen laten zien dat er met de aanstelling van een directie en vaste krachten een bureaucratie kan ontstaan die meer oog heeft voor eigen groei en organisatie dan voor het belang van de leden. Hoe gaat de Feda dat voorkomen? Stremmelaar: ‘Wij zijn geen beursorganisatie die is opgewaardeerd tot branchevereniging. We zijn geen uitvoerend instituut en organiseren geen trainingen of beurzen. Dat kunnen anderen veel beter. We zijn een netwerkorganisatie. We zorgen voor een voedingsbodem waarbij goede initiatieven voor onze leden tot wasdom kunnen komen. Voor een beurs werken we samen met professionele partijen, zoals bij de Industriële Week. Samen met zo’n partij ontwikkelen we een visie, waarna deze partij voor de uitvoering zorg draagt. Daar willen we geen geld aan verdienen. We willen niet met ons logo op allerlei initiatieven staan. Als het Feda-logo ergens op staat, dan staan we daar ook achter en biedt het meerwaarde voor onze leden. Dat is bij ons altijd op niet-commerciële leest geschoeid. De Feda moet voor een kwaliteitsnorm staan, een representatie van wat de branche wil en die organisatie moet meerwaarde hebben. Dat werkt. Ondanks het feit dat we niet actief leden werven, kloppen er toch nieuwe bedrijven op de deur.’





