Interview
Het gaat niet alleen om de tool, het gaat ook om de methodologie
5 april 2011
Zuken schoof het afgelopen decennium op van ontwerptools voor elektronische printplaten naar leverancier van oplossingen voor product life cycle management, product data management en systeemontwerp. Mechatronica Magazine sprak over de ontwikkelingen met Gerard Lipski, CEO van Zuken Amerika en algemeen manager van Zuken Europa.
Gerard Lipski behoort sinds enkele jaren tot het selecte gezelschap westerlingen dat tot de bestuurskamer van een grote Japanse onderneming wist door te dringen. ‘Ik wist dat ik iets heel anders kon verwachten, maar het was toch heel anders dan ik verwachtte’, zegt hij over zijn eerste ervaringen in de Japanse boardroom. ‘Er waren meer verschillen in cultuur en werkstijl dan ik voor mogelijk hield. De Japanse cultuur is totaal verschillend van de onze. Japanners zijn op zoek naar harmonie. Ze vermijden conflicten, communiceren anders. In het westen staan de deuren van het management open. Wil je de CEO zien? Dan loop je bij hem binnen. In Japan doe je dat niet.’
De beslistrajecten zijn lang. ‘In het westen heb je discussie en daarna komt er een beslissing. Dan zie je wat de impact is en los je eventuele problemen op. In Japan bespreek je het helemaal. Tot op het bot. Elk mogelijk scenario willen ze boven tafel krijgen om latere problemen of conflicten te vermijden. Maar de implementatie is daarna veel korter dan wij gewend zijn.’
In de Japanse stijl ziet Lipski voor- en nadelen. ‘Het is goed om iedereen erbij te betrekken. Internationaal bekeken, ervaar ik dat die manier van samenwerken voordelen heeft. Maar voor westerlingen kan het frustrerend zijn hoe lang dat soms duurt. Als je het idee hebt dat er een conclusie is, dan kan het zijn dat het weer helemaal van voren af aan begint.’
Amerikanen zijn veel confronterender. ‘Die schieten eerst en vragen daarna. Dat is echt het tegenovergestelde van Japans gedrag.’ Met Duitsland zijn er meer overeenkomsten. ‘Dat ligt ook wel gevoelig door de gemeenschappelijke geschiedenis’, constateert Lipski. ‘Maar het is verbazingwekkend hoe Japanners verwijzen naar de overeenkomsten. Het belastingsysteem en de gezondheidszorg van Japan en Duitsland lijken erg op elkaar. Japanse dokters gebruiken veel Duitse termen. Er zijn veel historische parallellen.’
Lipski noemt die culturele overeenkomsten als een van de redenen waarom Zuken de afgelopen decennia zo kon groeien in Europa en met name in Duitsland. ‘Vroeger rapporteerden de Amerikanen van Zuken direct aan Japan. Dat leidde nogal eens tot conflicten. Daarom hebben we de Amerikaanse operatie op een gegeven moment samengevoegd met de Europese.’
Over zijn aanstelling in de raad van bestuur: ‘Zuken was duidelijk van oordeel dat ze iemand uit het westen nodig hadden. Ik ben de eerste en die stap is positief. De wereld verandert en we hebben met Europa en de VS leren samenwerken. We leren nu hoe we met Azië en China moeten samenwerken. Dat gaat zeker lukken.’
Systeemplanner
Lipski studeerde elektronica aan de universiteit van Berlijn, met als specialisatie communicatietechnologie. Daarna trad hij in dienst bij liftenmaker Otis en vervolgens werkte hij zeventien jaar voor Genrad, leverancier van in-circuit testers. Van 1994 tot 1997 werkte en woonde hij daarbij in de VS. In 1997 greep hij de kans om weer naar Duitsland terug te keren toen Zuken hem vroeg. ‘Ik kende Zuken. We hadden dezelfde klanten. Het was voor mij geen grote stap, maar wel interessant om meer richting ontwikkeling te gaan. Mijn voordeel was dat ik de fabricage heel goed kende. Het was een mooie timing om bij Zuken in dienst te gaan, want zij deden meer en meer integraties met andere disciplines, zoals interfaces naar mechanische Cad en fabricage.’
Aanvankelijk begon hij als verkoopdirecteur voor Duitsland, daarna kreeg hij de leiding over de verkoop in Europa en later de VS. ‘Dat zijn voor Zuken belangrijke markten geworden en daarom ontstond de noodzaak om een westerling op te nemen in de raad van bestuur.’
Zuken is van oorsprong sterk in ontwerptools voor elektronicaprintplaten. Het bedrijf beweegt echter steeds meer richting systeemontwerp. ‘Je kunt niet langer naar PCB-ontwerp kijken als stand-alone discipline. In het elektronisch ontwerpproces raken, interacteren en integreren verschillende processen met elkaar. Tien, twintig jaar geleden zetten designers hun ideeën op een papier en gaven ze dat aan iemand die het in het systeem zette. Dan had je de lay-out. Jaren geleden hebben we al stappen gezet om het designproces meer te integreren. We willen geen IC-design- of simulatiedesignbedrijf zijn. Je hebt Cadence, Mentor en Synopsys. Voor ons is er geen noodzaak om een van hen te worden. We zijn wel heel vroeg begonnen met het integreren van Cadence’ ontwerpomgeving en onze eigen front-end om data te kunnen uitwisselen met het PCB-ontwerpproces.’
Zukens gereedschap voor systeemontwerp is System Planner. De tool kan data lezen van verschillende bronnen: elektrische en mechanische data, componentdata zoals warmtedissipatie en andere fysische informatie en materiaalkosten om tot een bill of materials te komen. Ontwerpers kunnen met die informatie in System Planner een ontwerpconcept maken. Daarbij staat het gereedschap staat toe om functies op te delen over borden en om onderscheid te maken tussen wat in software en wat in hardware moet worden gerealiseerd.
‘Het belangrijke is dat onze systeemplanner data kan inlezen van andere designgebieden en ook electronic product life cycle management-data. Deze zijn belangrijk voor de after market, voor onderhoud en dat soort zaken. Minstens even belangrijk is dat de uitwisseling van gegevens tussen onze systeemplanner en de PLM-tool heel dynamisch is gedurende de ontwerpcyclus. Ontwerpideeën veranderen immers constant. Designers moeten bijvoorbeeld constant kijken of nieuwe keuzes binnen mechanische grenzen passen en hoeveel de kosten zijn. Dat betekent een intensieve communicatie met de betreffende data voor dimensionering, kosten, power, wat dan ook. Pas daarna gaat het naar een proces waar ontwerpers de details invullen.’
Deze aanpak maakt ook design reuse hanteerbaar. In de conceptfase nemen ontwerpers slechts een bestaande functie mee. In de designrealisatie kan die functie vervolgens op een andere manier – bijvoorbeeld met een verschillende lay-out – in het product worden geïmplementeerd. ‘Je moet allerlei analyses doen in een vroegtijdig designproces, waar je het ontwerp wellicht nog niet tot in detail klaar hebt. Zo gebruikt Agfa onze tools voor de mechanica, het elektronisch ontwerp en de bedrading. Is in een conceptuele fase naar het systeem gekeken, zijn analyses gedaan, trade-offs overwogen en beslissingen genomen, dan pas ga je naar de designrealisatie. PCB-ontwerp is daar maar een onderdeel van.’
Grote nieuwe klanten
Zuken heeft voor System Planner nog geen gebruikers in de Benelux, maar overlegt daarover veel met klanten. Océ in Venlo werkt met Zukens PCB-, EPLM- en bekabelingstools (E3-serie). ‘Daar lopen nu discussies over wat we vroeger in de ontwerpcyclus kunnen doen, waarbij we kijken naar een blok- of modulegebaseerd ontwerpproces.’
System Planner bestaat drie jaar. Het is een toolbox, maar Lipski onderstreept dat implementatie ook ingrijpt in het ontwerpproces van gebruikers. Er is een methologieverandering bij klanten nodig. Het gaat niet alleen om een nieuwe tool, het gaat ook om een nieuwe methologie.
Veel grote toolleveranciers hebben momenteel verregaande ambities op het gebied van systeemontwerp. Lipski heeft een meer bescheiden houding. Hij zegt dat Zuken niet de ambitie heeft om de hele workflow voor systeemontwerp in te vullen, maar graag strategische allianties aangaat met bedrijven die expert zijn in hun segment. ‘Als het gaat om signaalverificatie, dan hebben we daar onze eigen elektronicaverificatietools voor. Maar voor warmtedissipatie of luchtstroming interfacen we met tools van andere leveranciers. We werken nauw samen met Synopsys, dat sterk is in Asic- en FPGA-design, en met Dassault voor mechanische aspecten. Dus dat soort zaken realiseren we met partnerbedrijven.
Lipski lacht als we opperen dat Zuken vaak laat is met interfaces naar andere tooling. ‘Ja, dat is de heersende mening. Perceptie is realiteit en daar moeten we het mee doen. Maar in werkelijkheid is dat niet zo. Wij werken anders met klanten en partners dan westerse bedrijven. Als je in het westen gaat samenwerken met een ander bedrijf, dan volgen er eerst een samenwerkingsovereenkomst en een persbericht. Wij willen eerst een klantencase hebben waarbij we een specifieke koppeling succesvol realiseren.’
Maar zelfs strategische partnerships maakt Zuken niet altijd bekend. ‘We hebben er niet veel. Met Synopsys koppelen we met hun Saber-tooling voor Asic- en FPGA-ontwerp, met Dassault Systems is dat Solidworks en de Catia-omgeving voor 3D en verificatie, met Siemens NX partneren we voor PLM en ook met Pro Engineer van PTC is er een koppeling. Zulke integraties staan niet op onze webpagina’s en er zijn geen persberichten of aankondigingen van strategische partnerships. Daar komt denk ik de perceptie vandaan.’
Lipski onderbouwt het succes van Zukens tooling door te wijzen op grote nieuwe klanten die het bedrijf de afgelopen drie jaar aan boord heeft gehaald. Continental, Lockheed Martin, Nokia en Research in Motion zijn de afgelopen drie jaar overgestapt van concurrerende systemen. Lipski: ‘Die zijn compleet over naar onze tools. De reden is dat we met onze stijl een werkende technische oplossing leveren. We zeggen daarbij niet dat we alles kunnen, maar zijn wel gecommit aan wat we kunnen leveren. Daar houden onze klanten van. Dat blijkt ook uit de gesprekken met Océ.’
Waarom is Zuken zo bescheiden over zijn ambities? Wil het niet graag de regie voeren over de hele designflow bij klanten?
‘Uit onze ervaringen met Synopsys zien we dat het FPGA- en het PCB-ontwerp en de totale designrealisatie zeer nauw op elkaar moeten aansluiten. Hetzelfde geldt voor verpakkingen van componenten met zeer veel contacten, want daarvan heeft de pintoekenning invloed op het latere gebruik. Dus zien we daar intensieve samenwerkingen. Maar we hoeven daar niet de leiding te nemen. Ik ben niet zeker of überhaupt iemand de lead kan nemen voor de hele productdesignflow. Wellicht voor sommige designdisciplines, maar niet voor de hele flow. Kijk naar mechatronica. Daar heb je twee totaal verschillende werelden: mechanica en elektronica. Ook al heb je voor mechanische Cad-tools tien keer meer gebruikers, je kunt het elektrische design niet op dezelfde manier managen als het mechanische design. Dat rechtvaardigt ook het bestaan van onze PLM-tools die op elektronische onderdelen zijn gericht. We zien onszelf complementair aan de mechanische deel. Niet in concurrentie. In de elektronica definieer je welke onderdelen je wilt en hoe je ze met elkaar verbindt. In het mechanische deel ontwikkel je de onderdelen die moeten passen. Dat is een totaal andere wereld. De mechanische wereld managet totaal andere features dan de elektronicawereld. Varianten betekenen in de mechanische wereld wat anders dan in de elektrische. Het is niet strijdig om met twee systemen te werken, het geeft juist synergie. Natuurlijk heb je ook de IT-jongens die zeggen dat ze één systeem willen en één database, maar dat is een droom. Het moet samenwerken, en het moet aan de eisen voldoen van elke discipline die het gebruikt. Met een truck kun je niet aan de formule 1 deelnemen. Niet omdat die truck slecht is, maar omdat hij voor andere doeleinden is gemaakt.’
Wel ziet Lipski dat de discussies bij bedrijven om ontwerptrajecten te verbeteren vaak taai en moeilijk zijn. ‘Wij praten met veel bedrijven over mechatronica. Er zijn mechatronische tools, maar onze klanten zeggen tegen ons: er is niet zoiets als een mechatronisch ontwerper. Je hebt nog steeds twee verschillende disciplines en er zijn geen mensen die ze tegelijk doen. Misschien is dat een verkeerde perceptie, maar dat is onze indruk.’





