Column
Een goed half ei is beter dan een lege dop
23 juni 2010
Met de formatie die aan de gang is, vraag ik graag aandacht voor het industriebeleid. In vrijwel alle verkiezingsprogramma’s kwam het woord ‘industrie’ substantieel minder voor dan bijvoorbeeld ‘zorg’. En ofschoon zorg uiteraard ook belangrijk is, is het toch vooral de industrie die de export draagt. Daarmee kun je stellen dat we een belangrijk deel van onze welvaart aan de industrie te danken hebben. Hoe komt het dan dat de industrie toch zo weinig aandacht krijgt?
Een belangrijke reden is de fragmentatie. Ongeveer elke branche heeft zijn eigen vereniging. Elke gebruikersgroep heeft zijn eigen platform. Een overallgezicht van de industrie is er niet. En onbekend maakt onbemind. Hier ligt dus een belangrijke taak voor de industrie zelf.
Daarnaast kunnen we ook de politiek aanrekenen dat ze nauwelijks op de hoogte is van wat er industrieel gezien speelt in Nederland. Een bezoek aan ASML of Philips geeft uiting aan wat technisch kan, maar het geeft geen volledig inzicht in het ecosysteem. Ongetwijfeld is dit een belangrijke reden waarom we Nederland als innovatieland bestempelen, terwijl er toch ook heel veel gewoon gemaakt wordt.
Een belangrijke voorwaarde van innovatie is produceren. Immers, als je wat bedenkt, moet je het niet alleen in een laboratoriumomgeving ontwikkelen en testen, maar moet je het minimaal ook in kleine series produceren. Innovaties komen vooral van denken, optimalisaties vooral van doen.
Nederland lijkt niet goed in grote series. Overwegingen die je meestal hoort, zijn personeelskosten. Toch kan met een goed geautomatiseerd proces ook in Nederland veel worden geproduceerd. De factor arbeid is dan immers maar een klein deel van de kostprijs. Daarnaast heeft Nederland een goed functionerend ecosysteem in optimaliseren. We produceren hier relatief weinig standaard componenten. In samenvoegen, optimaliseren, aanpassen, customizen en parametriseren zijn we enorm goed. Indien we deze kennis goed aanwenden, kunnen we veel innovatie en optimalisatie in het normale proces van koop en verkoop doen en is er helemaal geen enorme subsidiepot nodig.
Dit mag onder meer blijken uit een onderzoek dat de Feda onder zijn leden heeft uitgevoerd. Van de 220 lidbedrijven maakt slechts 20 procent gebruik van de WBSO en slechts een enkeling van een andere subsidie. Toch is Nederland onovertroffen in het creëren van oplossingen voor nichemarkten. Meestal relatief kleine series van (hoogwaardige) specialistische apparatuur.
We moeten ons dus onderscheiden. Niet proberen om te doen wat andere landen ook doen. Een mooi voorbeeld is de automotive. Nederland heeft daarin geen dominante marktpartij maar toch een goed werkend ecosysteem en een prominente toeleverplaats.
Op het onlangs gehouden zevende International Automotive Congress in Helmond zei Roger Deckers, vicepresident powertraininnovaties van Renault, dat als Nederland deze positie wil behouden, we twee belangrijke zaken moeten doen. Ten eerste: focussen op een aantal veelbelovende kansen. Niet alles een beetje, maar ons richten op onze sterktes. En ten tweede: scouten buiten de branche om optimaal gebruik te maken van de innovatiekracht van Nederland als geheel en ons niet beperken tot de automotivebranche alleen.
Nu de VVD de grootste partij is en een veertigpuntenplan heeft geproduceerd voor ondernemers, lijken er kansen te liggen voor de industrie. Maar het is wel aan de industrie om dan ook één gezicht te trekken en de juiste prioriteiten te stellen, en niet voor allerlei deelbelangen te willen gaan. Samenwerken is dus het devies. Hierbij moet innovatie de motor zijn, maar zullen we het optimaliseren (en dus het produceren) niet moeten vergeten. Anders zal blijken dat we steeds verder afglijden en zal onze sterke internationale positie snel verdampen. Voorwaar een grote uitdaging voor de bv Nederland als geheel.






