Column
I-model
22 april 2010
Vakmanschap en techniek staan voor vooruitgang. Ik heb dat ervaren bij de natuurkundeles op middelbare school bij de paters augustijnen. De verplichte uitstapjes begin jaren zeventig naar het Evoluon en het bouwen van modelvliegtuigjes uit balsahout deden de rest. In 1975 bij mijn vwo-examen was de rekenliniaal het enige toegestane rekenmodel. Het beroemdste model was in die tijd echter Brigitte Bardot.
Na mijn propedeuse eind jaren zeventig verdrongen in Delft de eerste PDP-11’s van Dec de ponskaarten. Van onze regeltechniekprof en ervaren zeiler Nauta Lemke kregen we de eerste regeltechniek bijgebracht. Zij die als stuurman werken op een supertanker hebben voordeel bij modellen. De leek zou op de supertanker als snel denken dat hij te weinig bakboord heeft gegeven als het schip na enkele minuten niet van koers veranderd lijkt en hij zou maar licht in de verleiding komen het stuurwiel nog maar een paar rondjes te geven. Een uur later zal hij dat bezuren. De geroutineerde zeevaarder wist dat natuurlijk allang en hij zou grinniken bij de beginnersfouten: de tijdconstante van het schip is van een andere orde dan we als mens gewend zijn. Modellen helpen daar om inzicht te krijgen en ons handelen te doseren.
Tegelijkertijd werden de eerste zakrekenmachines uit Amerika van Texas Instruments en HP geďntroduceerd. De rekenkundige modellen zaten er standaard in, dus je hoefde de onderliggende wiskunde niet meer te begrijpen en die vergat je dus snel. Naast de tekstverwerker Wordperfect was het rekenmodel Lotus 123 het eerste nuttige programma op de pc.
Modellen zijn een wiskundige voorstelling van de werkelijkheid en hebben tot doel die werkelijkheid te begrijpen en daarmee bijvoorbeeld adequaat te kunnen handelen of te kunnen voorspellen. Dat is een vereiste dubbelfunctie: begrijpen en handelen of voorspellen. Begrijpen alleen is een wat mager doel. Modelvorming en simulatie kwamen in zwang op hetzelfde moment als de Amerikaanse innovaties in hardware en software die ons overspoelden met computers.
Tijdens de finance-lessen van Tiasnimbas moesten we de fouten opsporen in met opzet foutief gemaakte jaarrekeningen. Daar kom je zonder gevoel en ervaring niet uit. Er zijn zo veel verschillende wiskundige modellen dat je niet zo een-twee-drie weet welk je nodig hebt. Ik werd stapelgek van portfoliosimulaties en -modellering. Decision trees en Minitab waren daarentegen bijzonder nuttige modellen om snel zakelijke beslissingen te nemen. Financiële modellen zoals Discounted Cashflow (DCF) en Internal Rate of Return (IRR) zijn vooral van belang als je bijna doet wat een ander ook doet en dus weinig onderscheidend vermogen hebt. Als iedereen klakkeloos macro-econoom Michael Porter volgt, doet iedereen hetzelfde en maakt niemand winst.
Door modelvorming en simulaties verbeter je het resultaat vaak niet, je maakt het presentabel. Financieel hefbomen met andermans geld is sowieso moeilijker geworden, dus ondernemen doe je voor de lol en niet voor de poen. Verdoe je tijd niet te veel met businessplannen met te veel modellen om het leesbaar te maken voor MBA’ers en VC’s. Het is nuttiger de juiste dingen te doen dan de modellen juist toe te passen.
Een collega deed recentelijk een flowanalyse met eindige elementen in Ansys. Tot mijn verbazing is dat pakket onveranderd gebleven sinds begin jaren tachtig. Eenvoudig en zeer nuttig. Twee andere collega’s ontwerpen de lay-out van elektronicaborden met vrije software uit dezelfde periode. Aangezien ze ontwerpuitdagingen zo veel mogelijk met basisfysica en -mechanica proberen op te lossen, zijn voor hen de elektro- en softwaretools van Comsol, Controllab, The Mathworks, Scilab en Solidworks nog niet zo nodig. Modellen helpen, maar zonder een grondige kennis van - en ervaring met - de natuurwetenschappen hadden ASML en Fei nooit hun huidige leidende positie weten te bereiken.
Gelukkig is binnen de werktuigbouwkunde het Des Duivels Prentenboek van Rien Koster en Wim van der Hoek nog steeds de basis, net als de Larousse Gastronomique voor koks. Binnen de werktuigbouwkunde hebben door de compatibiliteit met de klanten Pro-Engineer en Unigraphics de aloude tekentafel vervangen en is Autocad bijna verdwenen. De nieuwerwetse modellen zijn zeer nuttig omdat bijna iedereen in een waardeketen nu dezelfde taal spreekt. Maar tijdens de recessie drukten de onderhoudskosten zwaar op de balans van veel ingenieursbureaus. Misschien iets voor de Ipad? Dat zou de regionale hightechtoeleveranciers concurrerender maken en de start-ups helpen.
Als ervaring en gevoel afhaken, kunnen modellen diensten bewijzen omdat we dan situaties aankunnen die te complex zijn om te overzien. Er wordt echter erg snel naar uitgebreide modellen gegrepen en aan de uitkomsten wordt veel waarde gehecht. Gevoel wordt uitgeschakeld, waardoor een model kan suggereren dat iets haalbaar is terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. Die fout kan worden vermeden. Niet door de kennis van een vakman te compenseren met een model, maar door een vakman een model te laten hanteren. De doorgewinterde constructeur, elektronicus, fysicus of programmeur is in staat uitkomsten van een model te beoordelen en zo nodig in twijfel te trekken.
Kortom, modellen in handen van een vakman leveren geld op, modellen in handen van leken en bedrijfskundigen kosten geld. Laten we daarom veel gebruikmaken van modellen, maar ze wel in handen geven van vakmensen die we via onderwijs en kennisontwikkeling moeten krijgen. Ik reken al weer uit het hoofd. Als ik er niet uitkom, ga ik hardlopen en laat mijn hersens zelf hun problemen oplossen. Zelfs de rekenliniaal doet sinds kort weer dienst.






