U bent hier:
  1. Home
  2. Nieuws
  3. Opinie
  4. Bekijk


Fundamenteel onderzoek fundament voor hightech mechatronica

Veel onderliggende vakgebieden van de mechatronica, zoals mechanica, elektronica en elektromechanica, worden vaak gezien als disciplines die ‘nu wel klaar zijn’. De beroemde Maxwell-vergelijkingen kunnen immers alles beschrijven en sommige moderne modelleertools als Matlab claimen zo nauwkeurig te zijn dat ze zonder enige verificatie Marslanders betrouwbaar kunnen laten werken. Let wel: die tools...

Column

Kenniswerkersregeling is stap naar nieuwe generatie industriële research

15 april 2010

Drie kwart jaar zit erop, nog drie kwart jaar te gaan. Tijd voor een tussenbalans van de Kenniswerkersregeling. De regeling kwam in recordtijd tot stand en heeft iedereen positief verrast. Niet alleen vanwege de injectie van 180 miljoen euro. De KWR liet ook zien hoe saamhorig Brainport als regio kan zijn en dat bedrijven en kennisinstellingen nieuwe samenwerkingsstructuren kunnen opzetten. Interessante ervaringen zijn het resultaat.

In mijn eigen omgeving hebben we mooie voorbeelden. Hier op de TU Eindhoven werkt een projectteam aan hybride voertuigen. In totaal veertien mensen, losgetrokken uit Daf en aangevuld met mensen van Tegema, TMC en de universiteit. Dit team was bovendien een vangnet voor enkele net afgestudeerde ingenieurs. De ambitie is een forse stap te zetten in energiemanagement voor voertuigen. Dat kan nu zonder te worden afgeleid door de dagelijkse beslommeringen en hectiek van een bedrijf als Daf. Om dit hybride projectteam vormden zich rap nieuwe netwerken: prachtige interactie tussen onderzoekers van kennisinstellingen en bedrijfsmensen. Met een researchteam rond medische robotica hebben we soortgelijke ervaringen.

De bedrijfsmensen doen hier onderzoek, ze lopen colleges, organiseren themadagen rondom hybride aandrijftechniek en systeemdenken. Twee van de onderzoekers gaan straks een college geven en een practicum begeleiden. Ze participeren in het onderwijs. Elders zie je soortgelijke kruisbestuiving. Zo bracht ASML in het Dutch Joint Development Centre op het Flight Forum in Eindhoven zijn eigen mensen in contact met technici van enkele tientallen bedrijven.

Met drie kwart jaar en veel positieve ervaringen achter de rug is het nu het juiste moment om de vraag te stellen: hoe ziet het leven er na de Kenniswerkersregeling uit? Wat willen we uit de regeling behouden en wat niet? Om die vraag scherp te krijgen, laten we het financiële aspect even los: wat willen we van de subsidieregeling behouden als de staat er geen euro meer in stopt? Wat is er zo goed bevallen dat bedrijven en kennisinstellingen ermee door willen gaan, ook als ze daar geen extra geld meer voor krijgen? Een paar ideeën wil ik graag noemen.

In de eerste plaats co-locatie. Dat lijkt een no-brainer. Als bedrijven en kennisinstellingen mensen over en weer plaatsen, dan levert dat positieve resultaten op. Martin Schuurmans, ex-topman van Philips Research, nu voorzitter van het Europese Instituut voor Innovatie en Technologie, hamert er al jaren op: co-locatie is het belangrijkste middel om innovatie gestalte te geven. Hier in Brainport ligt een gespreid bedje om daarmee experimenten te doen en innovatie te versnellen. We zitten dicht bij elkaar, spreken dezelfde taal en hebben dezelfde belangen.

Het stationeren van senior medewerkers bij een kennisinstelling brengt zijn geld op. Ervaren technici vergaren opnieuw kennis, breiden hun netwerk uit, maken kennis met jonge technici en krijgen de kans nieuw bloed te werven. Andersom kan ook. Medewerkers van de kennisinstelling gaan nu vaak elke zes tot zeven jaar op sabattical bij een buitenlands researchinstituut. Dat zou deels ook kunnen bij een bedrijf in de regio. Zou ik zelf ook reuze-interessant vinden: met de voeten in de modder en leren hoe je van kennis naar kunde naar kassa komt. Zelf zou ik daarmee weer ons researchprofiel kunnen verbeteren. In de VS is zoiets de normaalste zaak van de wereld. Daar krijgen wetenschappelijk medewerkers negen maanden betaald en in de drie zomermaanden mogen ze hun geld bij het bedrijfsleven verdienen. Dit model is hier not done, maar het is interessant en het overwegen waard.

Wat mij betreft, mag dat nog verder gaan. We kunnen nadenken over het oprichten van nieuwe samenwerkingen om specifieke projecten gemeenschappelijk te doen. Kennisinstellingen zouden met bedrijven tweejarige bv’s kunnen oprichten die de opdracht krijgen om iets nieuws te ontwikkelen. Ze zetten er mensen in met een projectstatus en een doel. Twee jaar is een realistische horizon.

Vanuit onderwijsinstellingen kunnen aio’s of postdocs het invullen. Promovendi kunnen de twee jaar laten samenvallen met de periode waarin ze intensief experimenteren - het proefschrift kunnen ze later schrijven. Kenniswerkers bij bedrijven kunnen we zo loshalen van de dagelijkse bedrijfsbeslommeringen. Daarvoor is wel commitment nodig om ze twee jaar lang ongestoord aan een project te laten werken. We verwachten deliverables, echte innovatie, dus tot en met de kassa. Ik weet niet of er veel bedrijven zijn die dit durven, maar ik hoor ze er in ieder geval wel hardop over nadenken of dit soort constructies meerwaarde hebben.

Als bedrijven en kennisinstellingen op deze manier kennis ontwikkelen, dan heeft iedereen daar baat bij. In de vorm van nieuwe producten of spin-offs. Een aantal van mijn collega’s zegt: ‘Het bedrijfsleven moet zijn eigen boontjes doppen.’ Ja, zo zag de wereld er twintig jaar geleden uit. Mijn stelling is dat valorisatie voor technische universiteiten intussen de derde belangrijke doelstelling is, naast onderwijs en onderzoek. Industriële R&D is niet meer zoals twintig jaar geleden. De researchrol is verschoven richting universiteiten. Daarmee hebben we ook de taak om aan de industrie uit te leggen dat langetermijnonderzoek belangrijk is. Het is relevant en dat doe je door samen researchprojecten te ontwikkelen.

Noem het nieuwe generatie industriële research. We kunnen grote stappen zetten als we op een nieuwe manier willen samenwerken. Want verder is er weinig voor nodig. Bedrijven betalen gewoon de salarissen van hun medewerkers. Die medewerkers krijgen iets meer vrijheid, maar bedrijven krijgen daar een hoop voor terug. De gezamenlijke inspanning van hun mensen met academische wetenschappers zal als een hefboom werken. Voor de kennisinstellingen zijn de bestaande instrumenten (aio’s, postdocs, eventueel tweede-faseontwerpers) uit innovatieprojecten voldoende, daarvoor is geen nieuwe injectie nodig.

Dit soort veranderingsprocessen moeten we in gang zetten. Ze moeten diep in onze haarvaten komen. Meer mensen zullen dan gaan inzien dat er een win-win ontstaat, terwijl je het organisatorisch niet moeilijker hoeft te maken dan het nu is. Het enige dat we nodig hebben, is mensen die voor dit soort nieuwe initiatieven open staan, want je moet wel kunnen samenwerken.

Deze zaken oppakken zal helpen om een aantal schrijnende pijnpunten eindelijk eens om zeep te helpen. U kent die klaagzang wel: we zijn hartstikke slim, maar onze innovatief vermogen bereikt de markt niet. Kennis en kunde monden niet uit in kassa. Als we leren van de lessen uit de Kenniswerkersregeling, dan zullen die geluiden verstommen. Laten we samen nadenken over het vervolg.

Wilt u reageren op de column van Maarten Steinbuch? Of heeft u ideeën voor vervolgstappen op de Kenniswerkersregeling? Stuur dan een e-mail aan de redactie van Mechatronica Magazine. Bij voldoende input verschijnt er in Mechatronica Magazine 3 van 7 mei een uitgebreid artikel over het onderwerp.

Maarten Steinbuch

Terug naar overzicht


Maarten Steinbuch is hoogleraar Systems and Control aan de TUE.


© Mechatronica Magazine | Deze pagina op internet: http://www.mechatronicamagazine.nl/nieuws/opinie/bekijk/artikel/kenniswerkersregeling-is-stap-naar-nieuwe-generatie-industriele-research.html