Column
O, kom er eens kijken
2 november 2011
Een eigen ervaring is vaak de beste ervaring. Zien is geloven. Dat geldt voor kinderen als ze over een paar weken ’s morgens vol spanning naar hun schoentje lopen om te kijken of Sinterklaas er wat in heeft gedaan. Maar dat geldt ook voor volwassenen als ze nog niet zeker zijn van hun keuze. Een goede eigen ervaring blijft vaak het beste in het geheugen hangen. Je was immers onderdeel van de actie en dat beklijft. Een en ander is gebaseerd op de theorieën van Joe Pine. Een goed boek over zijn ideeën is ‘Economie van experiences’ van Albert Boswijk, Steven Olthof en Ed Peelen.
Op diverse plaatsen en in diverse uitingen heeft de Feda kenbaar gemaakt dat de bv Nederland momenteel niet optimaal omgaat met de kennis die al voorhanden is, als het gaat om open innovatie. Voor het geheugen: vooral de kennis en kunde van de tweede- en derdelijns toeleveranciers wordt veel te weinig gebruikt. Dat is niet alleen een ervaring van de Feda, ook de branchevereniging Nevat ervaart dit zo.
Als een OEM aan open innovatie doet, dan is dat meestal met een andere OEM of met een eerstelijns toeleverancier. De keten daarachter krijgt meestal niet meer dan een boodschappenlijstje met een opsomming wat er nodig is, zonder dat is na te gaan of dit ook de beste keuze is. Dat is juist de kerncompetentie van die bedrijven: om te bekijken wat in de betreffende situatie voor de specifieke technologie het handigst is. Als het toeleverende bedrijf zich dan meldt met vragen en opmerkingen, wordt er meestal niet gesproken over de applicatie. Het krijgt hooguit een toelichting op de technische aspecten van de componenten. Omdat de OEM een geheimhoudingsplicht heeft opgelegd, is dan de claim.
Zelden wordt uitgesproken wat de werkelijke reden is: de naar-binnen-gerichtheid van het bedrijf of het not invented here-syndroom. Ik kan me echter niet aan de indruk onttrekken dat dit regelmatig aan de orde is. Zie hiervoor ook de recente column van John Blankendaal. Omdat dit moeilijk aan te tonen is en bovendien moeilijk is te doorbreken, hebben we ons bij de Feda in eerste instantie geconcentreerd op het IP-probleem.
We zijn eens met de OEM’s gaan praten. De grootste gemene deler was dat ze de symptomen wel herkenden, maar niet de reden. Ze zijn immers voorstander van open innovatie. Natuurlijk was er wel wat geregeld in de contracten over geheimhouding en zo, maar het was geenszins de bedoeling om barrières op te werpen tegen kennis uit de keten. Als de eerstelijns bedrijven dat wel als zodanig ervoeren, dan wilden ze daar graag mee in gesprek om de vermeende barrières te slechten. Een uiterst positieve en constructieve houding dus. Een houding die je ook terugziet bij Brainport Industries, een entiteit die door de regio Brabant speciaal in het leven is geroepen om barrières tussen partijen te slechten.
Ook werd regelmatig het grote kennisverschil tussen de diverse tweede- en derdelijns bedrijven genoemd. Zo zijn er bedrijven die een traditionele handelsfunctie vervullen - dus niet in de categorie ‘innovatief’ vallen - en hooggespecialiseerde toeleverbedrijven die uiterst innovatief zijn en wel degelijk over (hoogwaardige) engineeringscapaciteit beschikken. Maar hoe zie je het verschil?
Daar zit een probleem, want dat kun je aan de buitenkant vaak niet zien. Dat moet je ervaren op locatie en dat moet je zien op plaatsen waar de toeleverancier zijn meerwaarde tentoonspreidt. Dat kan in uw eigen projectteam zijn of bij de leverancier op locatie. Bij een leverancier op bezoek geeft wel een indruk, maar zijn de applicaties helaas maar beperkt zichtbaar. Uiteraard kan het ook op meer algemeen toegankelijke plaatsen zoals exposities, seminars, beurzen en themadagen. Deze events zijn tegenwoordig veel minder een productpresentatie en veel meer een plaats om kennis uit te wisselen en netwerken.
Dus: o, kom er eens kijken en beleven. Bijvoorbeeld op Bits&Chips 2011 Embedded Systemen of het Technivent.






